De leerschool der liefde

Foto: Philipp Pilz, www.unsplash.com


IN DE NAAM VAN DE ROOS

‘Vrouwen zeggen altijd dat ze zich mooi willen maken voor de man van wie ze houden, vervolgens doen ze net het tegenovergestelde van wat hem zou kunnen bevallen. Ze stellen alles in het werk om hem te veroveren, waarna ze alleen nog slaafs de mode volgen en hun vriendinnetjes jaloers proberen te maken.’

Hitler heeft een erg uitgesproken mening over vrouwelijke verleiding. We kunnen er wellicht uit afleiden dat hij zich niet helemaal op zijn gemak voelde bij de vrouwelijke kunne, zeker als je ziet welke vrouwen de koele kikker aan de haak sloeg. Hoe komt het dat iemand die voor de jonge Duitse vrouwen uit de jaren 1930 als de ideale man gold, tot zo’n categorische, ontnuchterde vaststelling kwam waaruit ook een tikkeltje bitterheid spreekt?

Linz, aan de grens tussen Duitsland en Oostenrijk, 1905. Hitler is zestien. Zijn verleidersloopbaan begint niet bepaald onder een schitterend gesternte. Sinds drie jaar beeldt hij zich een liefdeshistorie in met Stefanie Isak, een vriendinnetje van op school. Zijn methodes zijn nog rudimentair: de jonge Adolf, toekomstige militaire chef van het Dritte Reich, probeert de tactiek van de onrechtstreekse toenaderingspogingen onder de knie te krijgen. Hij wil als bij verrassing opduiken op de plekken waar zijn jonge droomvrouw wandelt en gaat nauwkeurig haar gangen na, houdt haar in de gaten en probeert op die manier contact te leggen. August Kubizek, met wie Hitler van kindsbeen bevriend was, was een bevoorrechte getuige van de liefdesperikelen van de schooljongen uit Linz. Adolf klampte hem op een dag aan en vroeg wat hij vond van het ranke, blonde meisje dat arm in arm met haar moeder op de Landstrasse liep. Voor Adolf is alles al duidelijk: ‘Je moet weten dat ik verliefd op haar ben.’

De bekoorlijke Stefanie trekt inderdaad de aandacht. Ze is groot en slank, ziet er voornaam uit en draagt haar dikke mooie haardos in een wrong. Ze heeft schitterende, expressieve ogen. Ze gaat uitzonderlijk mooi gekleed, en haar houding geeft aan dat ze uit een deftige familie komt. Ook Hitler zelf dost zich in die tijd op een nogal gelikte manier uit. Zwarte wandelstok met ivoren knop, zwarte hoed met brede rand, wit overhemd, zwartlederen handschoenen en zwarte overjas met zijden voering. Een soort Arsène Lupin aan de oevers van de Schmiedtoreck, de rivier in Linz, waar het meisje elke dag om 17 uur komt wandelen met haar moeder.

Hoewel Hitler onvoorwaardelijk op post is om haar te bewonderen, groet hij haar niet en durft hij amper een paar blikken te wisselen. Weldra begint ook een jongeman aan de wandelingen deel te nemen, wat de verre bewonderaar mateloos irriteert. Van Kubizek hoort hij dat het om haar broer gaat, zodat hij zich opnieuw gerustgesteld voelt. Maar nog altijd benadert Adolf haar niet. Hij kijkt haar wat langer aan, en het gebeurt soms dat ze even teruglacht naar haar volhardende bewonderaar. Bij die schrale beloning ‘wordt alles op aarde goed en mooi, valt alles op zijn plaats’. Hitler is dan gelukkig, diep gelukkig. Omgekeerd zinkt hij weg in diepe verwarring als ze hem negeert, dan is hij bereid zichzelf en meteen ook de wereld te vernietigen.

Hij is een fan van Wagner, toen al; zij is zijn Walkure, die hij met alle mogelijke deugden tooit. Hij schrijft ontelbare gedichten voor haar, waaronder een ‘hymne aan de geliefde’, die hij alleen aan zijn vriend voorleest. Hij beschrijft haar als een ‘jongedame van hoge geboorte, in een bevallige toga van donkerblauw fluweel, die op een wit strijdros over bloeiende weilanden rijdt, met losse haren die in vergulde golven op haar schouders vallen.’ Alles aan haar is zuiver, en Hitler voelt zich overweldigd door een ‘stralende vreugde’. Wanneer de verlegen dichter deze verzen voorleest, glanst zijn gezicht van extase.

Hij begint plannen te smeden waarvan zij het middelpunt vormt en hij is ervan overtuigd dat ze, als hij haar eindelijk zal leren kennen, al zijn innerlijke gedachten zal kunnen aflezen: ‘Buitengewone mensen voelen elkaar intuïtief aan.’ Als Kubizek hem op licht ironische toon vraagt of zijn gedachten werkelijk overgebracht kunnen worden via doodgewone, steelse blikken krijgt hij het onstuimige antwoord: ‘Natuurlijk kan dat! Zoiets valt niet uit te leggen. Wat in mij zit, zit ook in Stefanie.’ Hoe waagt zijn vriend het te twijfelen aan de kracht van hun gevoelens? Hitler is woedend. Hij slingert hem naar het hoofd dat hij hem simpelweg niet begrijpt, dat hij de ware betekenis van een buitengewone liefde niet kan begrijpen. Het kan niet anders of zij houdt van hem, daar is hij zeker van. Hitler aarzelt niet om de duidelijke tekenen van haar onverschilligheid te interpreteren als een ‘bewust afleidingsmanoeuvre om haar vurige gevoelens te verbergen’. In de liefde interpreteert hij de wereld al volgens zijn eigen verlangens. Maar nog altijd weigert hij haar aan te spreken. Wat kan hij haar ook zeggen? ‘Hallo, ik ben Adolf Hitler, ik heb geen beroep.’ Wat een absurd idee. Hij stelt zijn plan voor onbepaalde tijd uit: tot hij een academische schilder is geworden. Hij is ervan overtuigd dat Stefanie smachtend uitkijkt naar het moment waarop hij haar hand komt vragen.

Om zijn schone te veroveren moet Adolf een onoverkomelijke hindernis nemen. Van Kubizek krijgt hij te horen dat het meisje dol is op dansen. Een Walkure in een balzaal, walsend in de armen van een ‘sul’, hij mag er niet aan denken – hij die zo’n hekel heeft aan dansen. Zijn vriend moedigt hem aan om zijn geluk te beproeven: ‘Je moet danslessen nemen, Adolf.’ De smoorverliefde Hitler is uit het lood geslagen. Vanaf dat ogenblik wordt dansen een obsessie, al zijn gesprekken gaan alleen nog daarover. Na een tijdje ligt zijn definitieve oordeel vast: ‘Stel je een overvolle zaal voor en stel je voor dat je dood bent. Je kunt de muziek niet horen waarop de mensen heen en weer hopsen. En je kijkt naar hun zinloze bewegingen, die nergens heen leiden. Zou je niet denken dat die mensen gek zijn? Dit is dus Adolf Hitlers opvatting over dansen. Een wereld waar hij zijn leven lang totaal ongevoelig voor zal blijven. Wanneer zijn vriend blijft aandringen, reageert hij opnieuw furieus: ‘Nee! Nee! Nooit zal ik dansen, nooit! Hoor je me? Stefanie danst alleen maar onder druk van de samenleving, waarvan ze jammer genoeg afhankelijk is. Zodra ze mijn vrouw is geworden, heeft ze vast niet de minste zin om ooit nog te dansen.’

Daarna ontstaan onzinnige plannen: aanvankelijk denkt hij eraan om haar te kidnappen, maar hij weet niet echt waar hij met haar naartoe kan, of waarvan ze zouden moeten leven. Hij denkt aan zelfmoord, vanzelfsprekend samen met Stefanie. Hij heeft het allemaal al uitgedokterd, en heeft Kubizek, als enige overlevende van de hypothetische tragedie, zelfs al voorgeschreven hoe hij zich dient te gedragen. De laatste episode van zijn verre liefde speelt zich af tijdens het bloemenfestival van Linz, dat jaarlijks plaatsvindt in de lente: Stefanie prijkt er op een praalwagen en geeft hem een rozenknop. Nog nooit heeft Adolf de wereld zo mooi gevonden. ‘Ze houdt van me! Zie je wel! Ze houdt van me!’ Hij bergt de bloem op als een relikwie. Als hij zijn geboortestad verlaat voor de hoofdstad, vindt hij eindelijk de moed om haar een brief te schrijven waarin hij haar plechtig zijn vertrekt naar de hoofdstad van het Oostenrijkse rijk aankondigt, om er zijn schildersopleiding voort te zetten. We zijn in 1907. Toch zal hij nooit naar Linz terugkeren, want in Wenen wacht hem het bohèmeleven.

Stefanie ontvangt de brief goed en wel – de brief waarin een toekomstig schilder voorstelt weldra met haar te trouwen… maar ze staat perplex want ze weet niet wie hem geschreven heeft. Hitler heeft hem niet ondertekend. Ze herinnert zich niets van de man die haar geduldig volgde door de straten van Linz en haar nooit heeft benaderd. ‘Aan haar dank ik de zuiverste droom uit mijn leven’, zou hij later zeggen. Een eerlijke bekentenis van een irreële liefde, een broos kristallen bouwwerk dat de confrontatie met de werkelijkheid niet aankon zonder in duizend stukjes uiteen te spatten.

Adolf Hitler kreeg meer fanmail dan Mick Jagger en de Beatles samen. Tegen het eind van de jaren 1930 bereikt de bewondering voor Hitler haar hoogtepunt. Er staat geen maat meer op de romantische verzuchtingen. Bewonderaarsters die de Führer zo snel mogelijk in hun netten willen strikken, leggen hem heuse huwelijkscontracten voor. In hun epistels aan Duitslands leidsman lijken sommigen hun pen de vrije loop te laten en hun door zorgen bezwaarde hart volledig uit te storten. De officieren die zich over de correspondentie moeten ontfermen krijgen duidelijke instructies: brieven van vrouwen die verliefd zijn op Hitler of met hem dwepen, worden niet beantwoord. Tenzij de afzendster te kennen geeft dat ze eerstdaags naar Berlijn afzakt om haar aanbeden Führer persoonlijk te komen omhelzen. In dat geval licht het hoofd van de privékanselarij de politie in over de groupie.

Bron: IN BED MET EEN DICTATOR (De vrouwen van Hitler, Mussolini, Mao, Lenin, Stalin, Salazar, Bokassa en Ceausescu), Diane Ducret 1994

Schelden doet u thuis ook niet

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s