De vijf K’s

Alexander Maskaev

Voordat een dokter in praktijk mag gaan, moet hij eerst een examen maken. Hij moet daarin het bewijs leveren, dat hij de nodige kennis bezit voor zijn beroep. Is dat niet het geval, dan moet hij doorstuderen, totdat hij het nodige weet. Het ware te wensen dat alle trouwlustige meisjes ook eerst een examen moesten afleggen om te tonen, dat zij de nodige hoedanigheden en eigenschappen bezitten voor hun toekomstige taak van echtgenote, moeder en huisvrouw.

Een dergelijk examen zal echter van staatswege wel nooit worden ingevoerd. Er zou anders veel voor te zeggen zijn, want menig huwelijk is daarom niet gelukkig, omdat de vrouw of de man niet die deugden en kwaliteiten bezit, die toch gebiedend geëist worden voor een gelukkig huwelijk.

Onderzoek dus uzelf en merkt ge, dat u het nodige ontbreekt, sla dan de hand aan het werk, om het ontbrekende aan te vullen, nog voor het huwelijk. Denk niet: dat zal later wel komen. De deugden en hoedanigheden van een goede echtgenote en huisvrouw worden u niet in de schoot geworpen, gij moet ze verwerven en dikwijls met inspanning van veel krachten. Die moeite mag u echter niet verdrietig maken, want daarvan hangt voor het grootste deel uw levensgeluk af.

Welke eigenschappen moet nu een meisje bezitten, dat het huwelijk wil ingaan? Zij moet vooreerst vrouwelijk zijn! Het meisje weet niet van te voren of ze tot een huwelijk komen zal, en nog minder weet ze, wanneer zij daartoe zal komen. Het is daarom natuurlijk en volstrekt niet afkeurenswaardig, dat tal van meisjes zich reeds in d’r jonge jaren trachten te bekwamen voor een maatschappelijk beroep.

Het is ook natuurlijk, dat zij, die eens in het huwelijk hopen te treden, voorlopig een werkkring opzoeken. In menig gezin kan de bijverdienste van oudere dochters slecht gemist worden, en waar dit wel het geval is, zal het lofwaardig zijn, dat meisjes, wier hulp in het gezin niet nodig is, liever zelf de kost verdienen, dan in ledigheid te blijven wachten op den goeden Jozef en jaar in jaar uit op de zak van de ouders te teren.

Tal van betrekkingen zijn er, die voor zulke meisjes passen. Bij het lager onderwijs, in de apotheek, bij ziekenverpleging, bij post en telefoon, in winkels en ateliers zijn ze goed op haar plaats. En toch leert de ondervinding, dat ook dit soort van betrekkingen voor het jonge meisje meestal een ernstige schaduwzijde heeft. zo gemakkelijk doen ze in mindere of meerdere mate afbreuk aan de echt vrouwelijke eenvoud en zedigheid.

Die betrekkingen kweken zo gemakkelijk een soort van eigenwijze zelfstandigheid; ze verminderen de lust voor de huishoudelijke arbeid, ze maken het meisje minder voorbereid en zelfs minder geschikt voor haar latere levenstaak van echtgenote, moeder en huisvrouw. Sommige van dergelijke meisjes in dienstbetrekking menen, dat ze zo min mogelijk “meisje” moeten zijn. Zij schijnen te denken, dat ruwe woorden, nonchalante manieren, overdreven sigaretten-roken en een brutaal optreden haar flink staan; dat zij moeten proberen om in deze dingen absoluut niet voor de jongens onder te doen.

En toch zijn het onhebbelijkheden, die zelfs niet passen voor een jongen en zeker lelijk misstaan aan een meisje, een meisje moet een “meisje” blijven, anders misvormt zij haar vrouwelijke natuur. Daarom, wilt ge later geschikt en bekwaam zijn voor huwelijk en huisgezin, onderdruk dan bij uzelf de uitingen van een minder vrouwelijke geest, bewaar belangstelling en liefde voor huishoudelijke arbeid, blijf het liefste zorgen voor de vijf K’s, d.w.z. voor: kamer, keuken, kelder, kinderen en kleren. Hiermee komen we tot de tweede eigenschap: wees huiselijk!

Weet ge, wie voor de man de beste vrouw is? Men zegt wel eens: die het minst praat. Men zou ook kunnen zeggen: die het minst ziet. De plaats voor de vrouwelijke werkzaamheid is “thuis”. Het huis is het koninkrijk van de vrouw, daar moet zij als koningin heersen. Wilt gij dus een goede huisvrouw worden, dan moet ge houden van huiselijkheid, moet ge er slag van hebben om daar bezig te kunnen blijven, daar uw liefste ontspanning te vinden.

Niet-vrouwelijke vrouwen en niet-huiselijke meisjes zijn niet geschikt voor een gelukkig huwelijk. Jongemannen zullen met dergelijke schepsels misschien wel eens uitgaan, om wat te dollen, maar als ze aan een huwelijk gaan denken, zullen de mannen – tenminste als ze waard zijn om er mee te trouwen – hun ogen laten gaan naar een meisje, dat vrouwelijk en huiselijk is. Een meisje, dat wel dansen kan en zich opdirken, maar niet koken en wassen en naaien – zo een is niet in staat een gelukkig huisgezin te vormen.”

Bron: Handboek voor het Katholieke Meisje, 1947

Schelden doet u thuis ook niet

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s