Heimwee

IMG_20180118_094949

Hij was als een getergde spookverschijning op een vervaarlijk deinend schip met nog enkele dagen resterend proviand en relatief teveel bemanning in de kajuit. De tastbare man zelf was echter nooit thuis. Hij liet zich zelden of nooit blijken als hij bij naam werd genoemd of geroepen. Het was hem de eer te na om zich door anderen te laten commanderen. Zelfs als hij een doodsmak tegen de vlakte maakte weerde hij helpende handen af.

Hij wist altijd wat te doen, al hing hij stomdronken op kop in de mast. Er moesten harde keuzes worden gemaakt. De grove meermin met flink wat spek op de botten gooide hij alvast met een liederlijke armzwaai overboord. Die kon wel voor zichzelf zorgen. En de rare fratsen van zijn bi-polaire borderline bijslaap waren zo onderhand wel weggegumd uit zijn geheugen. Hij had zin in een malse ongeschonden meermin wiens onschuld nog intact was. Die smaakten hem het beste. Die hadden een aardse muskusgeur met honingnoten. En ze waren een nieuw begin. Een schone lei.

Zodra de schonkige min na een helse tocht door stormachtig weer aan land spoelde ging ze wekenlang tekeer als een beest met de horkerige kapiteinstirades in haar achterhoofd. Zo zoet hij minde, zo bitter hij framede en spinde. Alles wat groen en rijp was wilde ze als van een demonisch wezen bezeten volkomen kapot maken. Ze was zeeziek geworden van al het gedoe aan boord. Kapers, muiters, piraten, ze hingen in de mast, vraten de voorraad leeg als niemand keek en lagen voor piet snot op het dek te maffen terwijl de bemanning de koers uitstippelde of zich nog nader over de coördinaten boog. Zelfgenoegzaamheid was hun voornaamste bijdrage aan de vooruitgang.

Die mentaliteit elke dag te moeten aanschouwen was haar teveel geworden. Ze kon niet meer aanzien hoe de sloep achteruit gleed in plaats van vooruit door het woelende water te snijden. Dat vruchteloze gedobber. Dat inhoudsloze gezwam. Ze verlangde naar de mensen uit haar eigen geboortestreek met vaste grond onder de voeten. Waar een bijl nog gewoon een bijl is. En geen wapen om anderen te verwonden. En waar een dubbelloops jachtgeweer nog gewoon een dubbelloops jachtgeweer is. En geen instrument om anderen schrik aan te jagen. Waar een dorpsfeest nog gewoon een dorpsfeest is. Waar nog naar elkaar wordt omgezien. Waar de mensen elkaar belangeloos helpen.

Ze wist het zeker. Hier hoorde ze thuis. Dit was haar geboortegrond waar ze zou voortleven en sterven en een man die meende niet zonder haar te kunnen ontwaken of inslapen, die moest haar dan maar volgen en zich aanpassen aan de gebruiken van haar familie en de tradities in haar streek. Ze zou geen vin meer voor hem verroeren en voortaan trouw zijn aan zichzelf. En luisteren naar haar eigen geweten. Ze liet zich niet nogmaals als een wortel uit de grond trekken om als onbezoldigde scheepsknaap voor navigator te spelen op een stuurloos schip. Dan maar geen voorwaardelijke liefde.

Ze wist. De kapitein zou haar uiteindelijk gaan zoeken op het verkeerde moment, op de verkeerde plaats, met de verkeerde intenties. Want ze had geen enkele moeite ondernomen om zich een weg terug te vechten naar zijn schip. Dat nam hij heel hoog op. Hij was immers een van God gezonden gave die uiteraard alleen hemzelf bezat. Maar ze had zijn roekeloze lichtzinnigheid deemoedig aanvaard en het ruimere vaarwater gekozen. Met mensen die haar wel waarderen zoals ze is. Hij zou haar nooit meer terugzien. Althans, niet zoals ze was toen hij haar hijgend en tierend aan boord nam.

Van de jacht op en de uiteindelijke verovering van de onschuldige meermin die een nieuw begin had moeten zijn is weinig meer vernomen. Behalve dan dat de kapitein lelijk op zijn snuit schijnt te zijn gevallen op het dek in de nabijheid van een hooivork die om onduidelijke redenen op het schip terechtgekomen was. Naar verluid had de onschuldige meermin dat attribuut meegenomen samen met een spade. En hem bij de kennismaking toegevoegd dat hij zijn rotzooierige pooierboot eerst maar eens moest opruimen. Maar dat kan ook een roddel zijn van versmade vrouwen die zich misdeeld voelen.

Advertenties

2 gedachtes over “Heimwee

  1. Ach, wat schattig. Het “Boek Dina”van Wassmo in de simplistische en weinig originele weergave van Schoppers. Een totale aanfluiting.
    Benieuwd naar de ongetwijfeld volgende weergave van het boek Benjamin. Wanstaltig en walgelijk slecht plagiaat!

    1. Want voorwaar ik zeg u, versmade smaadfilister: ieder vogeltje zingt zoals zoals ’t gebeft is. Dat moet u natuurlijk niet letterlijk nemen, zoals de man in bijgaand stuk mij ook niet letterlijk nam. Hij nam mij enkel in figuurlijke zin, met een duivelse apostrophe erboven die hem vrijwaarde van de verantwoordelijkheid voor zijn omstandige gelazer. Ik wens u een moesjanker toe met een paardenlul die kan likken als Lassie. Een fijne dag.

Schelden doet u thuis

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s